Het hart is eigenlijk een spier die als een pomp werkt. Het hart pompt het bloed met zuurstof en voedingsstoffen via de slagaders naar alle delen van het lichaam. Afvalstoffen worden via het bloed afgevoerd naar de nieren, de lever en de longen.
Het hart is opgebouwd uit een rechter en een linker helft. Elke helft bestaat uit een boezem (of atrium) en een kamer (of ventrikel). De rechter- en de linkerharthelft zijn van elkaar gescheiden door een tussenschot (of septum).
De beide kamers zijn met de grote slagaders verbonden. Vanuit de rechterkamer gaat een slagader naar de longen. Vandaar de naam: longslagader (of arteria pulmonalis). Vanuit de linkerkamer gaat er één naar het lichaam en heet daarom grote lichaamsslagader (of aorta).
De bloedsomloop
Het bloed wordt uit de linkerkamer door de slagaders (arteriën) het lichaam ingepompt. Daar geeft het zuurstof en voedingsstoffen af en neemt het afvalstoffen op. Het zuurstofarme bloed keert via de aders (venen) vanuit het lichaam terug in de rechterboezem. Vanuit de rechterboezem komt het bloed in de rechterkamer en daarna in de longslagader. In de longen wordt koolzuur (een afvalstof) afgegeven en weer zuurstof opgenomen. Hierna komt het zuurstofrijke bloed via de linkerboezem in de linkerkamer, die het bloed via de aorta weer het lichaam inpompt.
Om al dit werk te kunnen doen, heeft het hart zelf bloed nodig. Dat krijgt het via een stelsel van slagaders die het hart als een krans omgeven. Zij worden daarom kransslagaders genoemd (of coronaire vaten).
Hartkleppen
Tussen de kamers en de slagaders zitten kleppen. Deze kleppen voorkomen dat het bloed terugstroomt. Tussen de rechterkamer en de longslagader zit de longslagaderklep (of pulmonalisklep). De klep tussen de linkerkamer en de lichaamsslagader heet lichaamsslagaderklep (of aortaklep). Ook tussen de boezems en de kamers zitten kleppen. De klep tussen de linkerboezem en linkerkamer heet mitralisklep. De klep tussen rechterboezem en rechterkamer tricuspidalisklep.
Het elektrisch besturingssysteem
Het bloed stroomt doordat de spierwanden van boezems en kamers ritmisch samentrekken. De gangmaker van het hart, de sinusknoop, geeft een elektrische impuls af waardoor de boezems samentrekken.
Omdat de boezems en de kamers zijn geïsoleerd, kan de impuls niet zo maar van de boezems op de kamers overgaan. De elektrische verbinding zit in de AV-knoop (atrioventriculaire knoop). Deze vangt de impuls van de boezems op en geeft het met een kleine vertraging door aan de bundel van His, een geleidingssysteem in het septum. Die zenuwbundel geeft de impuls via een fijn vertakt stelsel van kleinere vezels, de Purkinjevezels, door aan de kamerwanden waardoor deze samentrekken. Dit is secondenwerk! Op dat moment wordt het bloed de longen en het lichaam ingepompt.
Bij een volwassene trekt het hart in rust zo'n 60 tot 70 keer per minuut samen. Tijdens inspanning kan dat oplopen tot 160 à 180 keer per minuut.
Bij een pasgeboren baby kan het hart tussen de 80 en 200 slagen per minuut slaan. Hoe ouder het kind is, des te langzamer het hart gaat slaan. Bij alle leeftijden geldt een hartslag van ca. 220 en hoger als afwijkend.
Als de bloedvoorziening naar de hersenen plotseling ergens onderbroken wordt, spreken we van een beroerte. Jaarlijks krijgen zo'n 41.000 mensen voor de eerste keer een beroerte. Plus nog eens 7000 mensen voor de tweede keer. In Nederland leven zo'n 190.000 mensen met de gevolgen van een beroerte.
Een beroerte kan grote gevolgen hebben voor het functioneren van de hersenen. De gevolgen kunnen lichamelijk, psychisch en/of sociaal zijn. Naast eenzijdig krachtverlies of verlamming van arm en/of been kunnen onder andere optreden: taal/spraakstoornissen, uitval van het gezichtsveld aan één kant en stoornissen in denken, emoties en gedrag.
Aard en ernst van de gevolgen
De aard en ernst van de gevolgen zijn afhankelijk van het deel van de hersenen dat beschadigd is. Een beroerte heeft vaak een verlamming van één lichaamszijde tot gevolg. Bij een beroerte in de rechterhersenhelft, is men links verlamd en omgekeerd. Zo zit het spraakcentrum in de linker hersenhelft. Een beroerte aan de linkerzijde geeft zo veelal stoornissen in het gebruik van taal - zowel het spreken als begrijpen - afhankelijk van de hoeveelheid weefsel dat beschadigd is. Naarmate er meer hersenweefsel beschadigd is, zijn de gevolgen ernstiger.
Een hersenbloeding
Een hersenbloeding ontstaat doordat een zwakke plek in het vat openbarst. Hierdoor raakt er hersenweefsel beschadigd. De verschijnselen bij een patiënt zijn hetzelfde als bij een herseninfarct.
Een herseninfarct
Meestal gaat het bij een beroerte om een herseninfarct (bij 80% van de getroffenen). Eenherseninfarct ontstaat doordat een bloedstolsel een bloedvat in het hoofd afsluit. Een deel van de hersencellen krijgt daardoor geen zuurstof en voeding meer en sterft af. De vernauwing in de slagader is vaak het gevolg van slagaderverkalking of atherosclerose. Ook kan een bloedstolsel afkomstig uit het hart, een slagader in de hersenen afsluiten.
Wat zijn de oorzaken?
Sommige mensen hebben een grotere kans op het krijgen van een beroerte. Een hoge bloeddruk, suikerziekte (diabetes mellitus), een hoog cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten, roken, overgewicht en leefstijlfactoren (overmatig alcoholgebruik, weinig lichamelijke activiteit en voeding (overmatig zoutgebruik, geringe consumptie van groenten en fruit)) zijn de belangrijkste risicofactoren.
Waarom is spoed noodzakelijk bij een beroerte?
Om de schade aan het hersenweefsel bij een herseninfarct te beperken moet de afsluiting snel worden opgeheven. Het is dus belangrijk om zo vlug mogelijk met de trombolyse te beginnen. Dit is een medicijn dat toegediend wordt om het bloedstolstel op te lossen. Hoe eerder daarmee gestart wordt, hoe beter het hertel van de patiënt zal zijn. Trombolyse na een herseninfarct moet in ieder geval starten binnen drie uur na het ontstaan van de eerste uitvalsverschijnselen, maar er geldt hoe eerder hoe beter. Wanneer de uitvalsverschijnselen langer duren dan drie uur, neemt de kans op herstel door trombolyse snel af. De risico's van de behandeling (vooral bloedingen) wegen dan niet meer op tegen de voordelen (goed herstel).
Onzichtbare gevolgen
De lichamelijke en psychische gevolgen van een beroerte zijn vaak groot - voor de patiënt zelf, maar ook voor zijn/haar directe omgeving. Meer dan 70% van de patiënten heeft in lichte of ernstige mate gevolgen op het terrein van denken, emoties/ gedrag en taal.
Veel voorkomende voorbeelden zijn:
Denken:
Trager denken, omdat het leven zich voordoet als een versneld afgespeelde videoband
Gestoorde waarneming. Men ziet bijvoorbeeld alleen nog de helft van wat op het bord ligt.
Concentratieproblemen. Men ziet alles wat gebeurt als belangrijk. Vergeetachtigheid. Het geheugen werkt niet goed meer.
Emoties en gedrag:
Deze problemen hebben grote gevolgen voor het dagelijks leven, werk en sociale contacten van de patiënt en diens naast betrokkenen. Afhankelijkheid, verlies van werk, verlies van sociale contacten, relatieproblemen en angsten komen dan ook veel voor.
De pacemaker is een klein glad metalen doosje van ongeveer 0,75 cm dik, 4,5 cm breed en 5 cm lang met daaraan één of twee lange draden, de pacemakerelectroden. Het apparaatje neemt het werk van de sinusknoop en/of de AV-knoop over. Hierdoor gaat het hart weer in normaal tempo en ritme pompen. Wanneer dat nodig is, geeft een pacemaker een klein stroomstootje af, waardoor de hartspier samentrekt.
De implantatie van de pacemaker is een kleine operatie waarvoor u enkele dagen wordt opgenomen in het ziekenhuis. De pacemaker wordt onder de huid boven de linker of de rechter borstspier geïmplanteerd. (subcutane implantatie). Soms kan deze niet worden uitgevoerd en moet de pacemaker onder de borstspier worden geïmplanteerd (submusculaire implantatie).
Algemeen
In het hart zitten diverse kleppen; tussen de boezems en de kamers en tussen de kamers en de slagaders. Ze voorkomen dat het bloed terug kan stromen. Er bestaan vier soorten kleppen: aorta-, mitralis-, tricuspidalis- en pulmonalisklep. Een gezonde hartklep opent zich geheel en sluit perfect.
Afwijkingen aan de hartklep
Aangeboren (congenitale) afwijkingen: komen op vroege leeftijd of pas later aan het licht. Verworven afwijkingen: deze kunnen ontstaan door een infectie, die littekens of een beschadiging op de klep na laat (bv. bacteriële infecties, acuut reuma, endocarditis). Hartspierziekten veroorzaken een vergroting van het hart waardoor kleppen minder goed sluiten (cardiomyopathie, infarct). De meeste afwijkingen van de kleppen komt voor door veroudering. Hierdoor ontstaat stenose (vernauwing) en insufficiëntie (onvoldoende sluiten van de klep).
Onderzoek
Het vaststellen van de afwijkingen aan de klep(pen) is bij u gedaan door uw eigen cardioloog. Dit gebeurt veelal via een echocardiogram of een hartkatheterisatie. De meest voorkomende klepgebreken zijn die van de mitralis- en aortaklep. Combinaties van gebreken aan meer kleppen komt ook voor. Tevens kan het zijn dat er een "bypass" operatie plaatsvindt. Voor informatie zie aldaar.
Operatie
Meestal vindt er een "open methode" plaats (open-hart-operatie). Hierbij wordt het borstbeen doormidden gezaagd. De bloedcirculatie en zuurstofvoorziening vinden plaats met behulp van de "hart-longmachine". Het lichaam wordt gekoeld (hypothermie) waardoor het minder zuurstof nodig heeft. Om goed bij de te opereren klep(pen) te komen wordt het hart stil gelegd.
Klepplastiek: hierbij wordt de klep "gerepareerd". De klep wordt bv zo gehecht, dat hij beter zit en weer goed sluit. Of bij een te wijde klepring wordt deze verkleind of vervangen door een kunststofring.
Soorten kleppen:
Kunststofklep (metaal en koolstofmateriaal). Voordelen: lange levensduur, nauwelijks slijtage. Nadelen: de klep heeft een hoorbare "klik" en u dient uw gehele leven antistollingsmiddelen te gebruiken.
Biologische klep (meestal varken/rund, soms eigen weefsel, of donorklep). Voordelen: na 3 maanden is er geen antistollingsmiddel nodig. Nadelen: kleppen gaan in de loop van jaren verkalken (m.n. bij patiënten < 50 jaar) en dient er opnieuw een operatie plaats te vinden. De behandelend arts overlegt met u welke operatie voor u het beste is.
Risico's
Afhankelijk van de conditie van uw hart en andere organen is er een risico op overlijden. Tussen de dag van opname en een maand na de operatie is dit 1 tot 5 %. Alle klepoperaties hebben samen een risico van 5 - 10% op ernstige complicaties (bloeding, infectie, hart- of herseninfarct, hartritmestoornissen).
Dat roken ongezond is, weet iedereen. Zelfs de meest verstokte roker is zich daar eigenlijk wel van bewust. Ruim 30% van de volwassen Nederlanders (15 jaar en ouder) rookt. Van de mannen rookt 33%, van de vrouwen 27%.
Stoppen met roken is geen onmogelijke opgave; jaarlijks lukt het 100.000 mensen te stoppen met roken.
Roken heeft veel nadelen voor de gezondheid.
Waarom stoppen met roken?
Roken is slecht voor hart en bloedvaten. Het veroorzaakt of verergert astmatische klachten en bronchitis en longkanker. Bovendien verhoogt roken het risico op andere soorten kanker, zoals kanker aan de slokdarm, de alvleesklier, het strottenhoofd, de mondholte, de keel, de blaas, de nieren en de baarmoederhals. Verder heeft roken negatieve effecten op de voortplanting. Het kan de vruchtbaarheid bij man en vrouw nadelig beinvloeden. Bij de man kan roken de seksuele potentie verminderen. En wat natuurlijk heel belangrijk is: als een zwangere vrouw rookt of passief meerookt, kan dat nadelige gevolgen hebben voor de baby.
Kortom: er zijn genoeg redenen om te stoppen met roken. Door te stoppen met roken verdwijnt onmiddellijk het schadelijk effect van nicotine op de samentrekking van de bloedvaten en op de werking van het hart.
Door de nicotine in de sigaret nemen de hartslag en bloeddruk toe. Het hart vraagt om meer zuurstof. Maar dat is een probleem, omdat de koolmonoxide uit de tabaksrook inmiddels de plaats heeft ingenomen van een deel van de zuurstof. Het hart krijgt dus minder zuurstof.
Tips
Stoppen met roken heeft pas zin als u daar bewust voor kiest. Jaarlijks lukt het 100.000 mensen om te stoppen. Wilt u stoppen met roken dan zullen de volgende tips uw kans van slagen verhogen.
Tips om met roken te stoppen:
Een te hoog cholesterolgehalte is één van de risicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten. Andere risicofactoren zijn een te hoog lichaamsgewicht, hoge bloeddruk, roken en weinig beweging. Een gezonde leefstijl draagt bij aan een goede conditie van hart en bloedvaten. Gezond eten, een gezond cholesterolgehalte, sport en beweging, op tijd ontspannen, niet roken, een gezonde bloeddruk en een gezond gewicht helpen het risico op hart- en vaatziekten verlagen. Overleg met uw (huis)arts welke gewoonten u het beste kunt veranderen. Wanneer u kiest voor een gezonde leefstijl, pak dan niet alles tegelijk aan. Verander uw gewoonten stap voor stap. Begin met de kleine veranderingen en als u op de goede weg bent pakt u de laatste ongezonde gewoonten aan.
Tips:
Verlaag zelf uw cholesterol met een gezonde leefstijl!
Gaat u op weg naar een gezonde leefstijl, dan hoort gezond eten daarbij. Gezond eten helpt het cholesterolgehalte verlagen. Beperk het gebruik van producten die veel verzadigd vet bevatten, want die verhogen het cholesterolgehalte. Dit zijn bijvoorbeeld vet vlees, volle melkproducten, volvette kaas, koek, snoep en gebak. Kies voor magere en halfvolle producten. Wilt u actief uw cholesterolgehalte extra verlagen, kies dan voor producten die verrijkt zijn met plantensterol. Denk bijvoorbeeld aan margarineproducten, melk, yoghurt en yoghurtdrinks verrijkt met plantensterol. Deze producten passen eenvoudig in uw dagelijks eetpatroon: een kleine verandering met grote gevolgen.
Veel mensen denken dat je net zo slank moet zijn als fotomodellen in de reclame op tv en in tijdschriften. Geeft de weegschaal een paar kilo extra aan, dan ben je te dik. Dat is niet waar. Maar het is wel goed om op uw gewicht te letten. Een goed gewicht verkleint de kans op hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten en andere gezondheidsproblemen.
Wanneer is sprake van overgewicht?
U voelt zich het lekkerst bij een bepaald gewicht. Vaak is dat ook het gewicht dat goed is voor uw gezondheid. Een paar kilo meer of minder is meestal geen probleem voor uw gezondheid. Fors overgewicht geeft een grotere kans op hart- en vaatziekten. Zeker als iemand ook nog rookt, of een verhoogde bloeddruk, te hoog cholesterolgehalte of suikerziekte heeft. Als het teveel aan vet rondom de buik zit, geeft dat extra risico op hart- en vaatziekten.
Uw gewicht bepalen
Er is een eenvoudige, nieuwe manier om te weten of het nodig is uw gewicht te verlagen. Met hulp van een meetlint kunt u de middelomtrek gemakkelijk meten. Het is goed om actie te ondernemen als de omtrek bij mannen 102 cm of meer is en bij vrouwen 88 cm of meer is. Wanneer de middelomtrek tussen de 94 en 102 cm (mannen) resp. tussen de 80 en 88 cm (vrouwen) is, is het belangrijk om het gewicht stabiel te houden. Indien uw cholesterolgehalte te hoog is, als u rookt of een hoge bloeddruk heeft, is het wel nodig om het gewicht te verlagen. Met hulp van uw lengte en de gewichtswijzer kunt u bepalen of u een goed gewicht heeft.
Oorzaak en gevolg
Oorzaken van overgewicht
Ons lichaam heeft energie nodig. Die energie, uitgedrukt in calorieen (of joules), wordt uit ons voedsel gehaald. De toevoer en het verbruik moeten met elkaar in balans zijn. Het overschot aan niet verbruikte energie wordt in de vorm van vet in uw lichaam opgeslagen.
Waardoor bij de een die balans zich moeilijker instelt dan bij de ander, is niet altijd duidelijk. Bij sommige mensen ontstaat overgewicht omdat ze meer eten dan ze nodig hebben. Bij anderen omdat ze maar weinig bewegen. Toch zijn er vaak opvallende verschillen tussen de een en de ander. Het heeft te maken met de erfelijke aanleg, zeggen sommigen. Onderzoekers menen dat genetische aspecten wel van invloed zijn, maar dat het zeer twijfelachtig is of ze echt belangrijk zijn. Ze zoeken het meer in een combinatie van veel, kleine factoren die er met elkaar voor zorgen dat de stofwisseling en de eetlust ontregeld raken.
Gevolgen van overgewicht
Wie een veel te hoog lichaamsgewicht heeft, heeft een grotere kans op hart- en vaatziekten. Vooral de kans op een hartinfarct is groter. Want door het overgewicht moet het hart harder werken. Bovendien stijgen het cholesterolgehalte en de bloeddruk. Ook dat is ongunstig. Onder mensen met overgewicht komt suikerziekte vaker voor. Overgewicht is tevens van invloed op ziekten van het bewegingsapparaat, zoals: artrose van de handen en knieen, lage rugpijn en jicht. Daarnaast heeft overgewicht ook galblaasaandoeningen, kortademigheid en slaapstoornissen tot gevolg.
Tips
Het gewicht verlagen
Veel mensen denken bij afvallen vooral aan minder eten, aan hongerkuren. Maar er hoeft helemaal niet gehongerd te worden. Het gaat om verandering van eetgewoonten. Daarbij is het belangrijk om kritisch te kijken naar de producten die u koopt en naar de manier waarop u ze bereid. En de laatste tijd is duidelijk geworden dat meer bewegen ook belangrijk is. Door extra bewegen alleen valt u niet spectaculair af. Maar meer bewegen in combinatie met aandacht voor het eten, maakt afvallen veel gemakkelijker. Het biedt afleiding en zorgt ervoor dat het goede gewicht beter blijft behouden.
Meer bewegen en gezond eten: u voelt zich lekkerder, fitter en zo blijven uw hart en bloedvaten in goede conditie. Maar het vraagt dus om een andere leefstijl. Als u zich professioneel laat begeleiden is de kans op succes groter. Overleg met uw huisarts over verwijzing naar bijvoorbeeld een diëtist.
Een goed eetplan is de basis
Een goed eetplan is de basis voor een gezonde voeding. Uw lichaam krijgt alle stoffen die het nodig heeft en u houdt de toevoer van calorieen (of joules) in evenwicht. De volgende voedingsmiddelen horen thuis in het eetplan van een volwassene.
Regelmatig eten is belangrijk. Een gezond eetplan bestaat uit 3 hoofd-maaltijden (ontbijt en lunch met rauwkost als tomaat, komkommer of radijs en een warme maaltijd) en ongeveer 3 tussendoortjes. Zo went u aan het ritme van uw nieuwe eetgewoonten.
Meer bewegen
Door meer te bewegen, verhoogt u uw energieverbruik. Streef elke dag naar minstens een half uur beweging. Dat leidt niet tot spectaculaire verbetering van het gewicht, maar maakt het in ieder geval gemakkelijker om uw huidige gewicht te behouden.
Het is niet nodig om in 1 keer een half uur achter elkaar te bewegen. Dat halve uur kan ook worden verdeeld over bijvoorbeeld 3 keer 10 minuten, of 2 keer een kwartier. En het is niet nodig u schuldig te voelen als het een dag niet lukt. Elke dag waarop u actief bent, levert gezondheidswinst op.
Meer informatie treft u in de brochure Overgewicht.
De snelle aanpak
Bij de snellere aanpak is het de bedoeling dat u in een hoger tempo afvalt. Maar het vraagt om extra discipline. Dat geldt zowel voor het eet- als voor het beweegplan. Ga niet elke dag op de weegschaal staan. Maar kies een vast moment in de week om u te wegen. Dat geeft u een goed inzicht in het gewichtsverloop.
Goede voeding: de basis
Bewegen: extra sporten
Als u lichamelijk actief bent en daarnaast extra sport, verbruikt u meer energie. Zo gaat het afvallen sneller. Probeer wat vaker te sporten, naast de 30 minuten die u al dagelijks aan bewegen doet. Sporten die vooral zorgen dat het energieverbruik stijgt, zijn: wandelen, joggen, hardlopen, fietsen, zwemmen, steps en aerobics. Sporten die vooral ook het figuur verbeteren zijn onder meer: krachttraining, squash, shape-up oefeningen, callanetics, judo, fitness en gymnastiek.
Het hart trekt ongeveer 60 tot 80 keer per minuut samen, waarbij onafgebroken bloed door de slagaders en aders wordt gepompt. Het bloed vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar alle delen van het lichaam en verwijdert afvalstoffen. De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed ondervindt als het in het lichaam wordt rondgepompt. Op het moment dat het hart samentrekt, wordt er meer bloed in de slagaders geperst en wordt de druk op de vaatwanden hoger. Dit is de bovendruk. Vervolgens ontspant het hart zich, waardoor de druk op de vaatwanden afneemt. Dit is de onderdruk.
Wanneer is uw bloeddruk te hoog?
De bloeddruk van gezonde mensen schommelt. Zo is de bloeddruk 's ochtends en 's avonds vaak wat lager dan 's middags. De bloeddruk stijgt bijvoorbeeld door lichaamsbeweging en praten. Ook stemmingen hebben invloed op de bloeddruk. Door emoties, zoals angst en boosheid stijgt de bloeddruk. Er zijn dan ook minstens drie metingen nodig voordat wordt vastgesteld of er sprake is van een hoge bloeddruk. Deze metingen worden met tussenpozen van enkele weken gedaan, maar wel steeds op ongeveer hetzelfde moment van de dag en onder vergelijkbare omstandigheden.
Oorzaak en gevolg
Oorzaken van een hoge bloeddruk
In negen van de tien gevallen is geen duidelijke lichamelijke oorzaak aan te wijzen van een hoge bloeddruk. Een enkele keer is hoge bloeddruk het gevolg van een ziekte van de nieren of de bijnieren. Wel is gebleken dat bepaalde leef- en eetgewoonten een nadelige invloed op de bloeddruk kunnen hebben. Mensen die roken of te zwaar zijn, hebben bijvoorbeeld meer kans op een hoge bloeddruk. Ook weinig lichaamsbeweging, overmatig alcoholgebruik en veel stress hebben hierop een ongunstige invloed.
Gevolgen van een hoge bloeddruk
Van een te hoge bloeddruk merkt u zelf meestal niets. Als de bloeddruk geruime tijd te hoog is, kan dit ernstige gevolgen hebben voor uw gezondheid. Door de hoge bloeddruk kunnen beschadigingen in de vaatwanden ontstaan. Hierop zetten zich gemakkelijk vetten en cholesterol af, waardoor de bloedvaten langzaam nauwer worden en dichtslibben. Dit noemen we slagaderverkalking. De weerstand in de bloedvaten neemt toe, waardoor het hart steeds harder moet werken om het bloed rond te pompen. Dit kan leiden tot een verdikte hartspier of uiteindelijk tot een verzwakt hart. Aderverkalking van de kransslagaders die het hart van zuurstof voorzien, kan een hartinfarct tot gevolg hebben. Vernauwing van de slagaders die de hersenen van bloed voorzien, kan tot een beroerte leiden. Ook de ogen en de nieren kunnen door hoge bloeddruk worden beschadigd. Zo'n nierbeschadiging kan weer een reeks andere gezondheidsproblemen met zich brengen. Het risico op hart- en vaatziekten wordt niet alleen door de bloeddruk bepaald. Ook risicofactoren als roken, een te hoog cholesterolgehalte, suikerziekte en hart- en vaatziekten in de directe familie vergroten het risico. Als u meerdere risicofactoren heeft, is de kans op hart- en vaatziekten groter dan de optelsom van de afzonderlijke factoren of met andere woorden: een plus een is meer dan twee.
De bloeddruk verlagen
Als eenmaal een te hoge bloeddruk is vastgesteld, bepaalt de arts in overleg met de patiënt de behandeling. Er zal worden geadviseerd om een gezonde voeding te gebruiken met weinig zout. Bij overgewicht is het belangrijk af te vallen. Een diëtist kan behulpzaam zijn bij het samenstellen van een evenwichtig voedingspatroon. Daarnaast is een gezonde leefstijl sowieso belangrijk. Dat wil zeggen: voldoende beweging, stoppen met roken en beter omgaan met spanning en stress. Met het aanpassen van de leefstijl en door te letten op het zoutgebruik, kan uw bloeddruk dalen. Blijft de bloeddruk te hoog, dan zal een arts medicijnen voorschrijven. Als er naast een hoge bloeddruk ook andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn, bijvoorbeeld een te hoog cholesterolgehalte of suikerziekte, worden eerder medicijnen voorgeschreven.
Voor het verlagen van de bloeddruk is het dus belangrijk om:
Bron: Nederlandse Hartstichting