24 uurs bloeddrukmeting

U krijgt een bloeddrukmeterband om zoals u die kent van uw normale bloeddrukmetingen.

Overdag meet een apparaatje ter grootte van een walkman elke twintig minuten uw bloeddruk, ’s nachts gebeurt dat om het uur. 24 uurs bloeddrukmeting

Vijf seconden voor elke meting hoort u twee piepjes. Dat geeft u de tijd om rustig te gaan zitten. Na elke meting piept het apparaat een keer. Als de meting niet goed gelukt is, probeert het apparaat het zelfstandig nog een keer. De manchet op uw bovenarm pompt zich vrij stevig op, het is dus niet vreemd als u tintelingen in uw vingers voelt. Als de meting verricht is, neemt de druk weer af.

Sommige mensen slapen er geen minuut minder om, anderen kunnen van het oppompen van de band geen oog dicht doen. Als de klittenbandstrip rond uw bovenarm los gaat zitten, kunt u hem zelf verstellen. Tijdens het onderzoek mag u niet douchen.

Tijdens de 24-uurs opname van uw bloeddruk moet een geel dagboekje bijhouden. Daarin dient u globaal op te schrijven wat u zoal doet. U dient uw klachten te noteren (pijn op de borst, duizeligheid, hartkloppingen of gevoelens van onbehagen). Ook inspanningen die u energie kosten en als u ’s avonds naar bed gaat of uw middagslaapje doet moet u noteren.

 

Ergometrie

De inspanningstest
Bij een inspanningstest moet u zich op een fiets-(hometrainer) of loopband maximaal inspannen. De mate van inspanning wordt mechanisch opgevoerd. Tijdens de test bent u aangesloten op een electrocardiograaf waarmee iedere minuut een electrocardiogram(hartfilmpje) wordt gemaakt. De bloeddruk wordt voor, tijdens en na de test gemeten. Het is de bedoeling dat u zich zo lang mogelijk inspant om een optimale indruk over de prestatie van het hart te verkrijgen. Bij klachten wordt de test gestopt. Na de inspanningstest moet u nog 5 minuten rustig uitfietsen dan wel uitlopen.

Doel van het onderzoek
Met behulp van een inspanningstest kan de cardioloog een indruk krijgen over de aard van eventuele vernauwingen van de kransvaten. Ook kan uw uithoudingsvermogen worden getest of het effect van een behandeling worden onderzocht.

Inspanningstest

Uw medewerking aan het onderzoek.

Holter registratie

Doel
Een 24-uurs opname (soms langer) van het elektrocardiogram (ECG, registratie van de hartslag) tijdens normale dagelijkse bezigheden.

Holter registratie

Duur
De voorbereiding duurt ongeveer een kwartier. Daarna wordt gedurende 24 uur een opname gemaakt van het ECG.

Het onderzoek
U krijgt vijf elektroden op uw bovenlichaam geplakt, die met kabeltjes verbonden zijn aan een kleine cassetterecorder. Deze kunt u onder uw kleding dragen. Tijdens het onderzoek mag u niet douchen of baden.
Daarnaast krijgt u een dagboek mee waarin u eventuele klachten noteert, plus de tijdstippen van de maaltijden, medicijngebruik, naar bed gaan en opstaan en de inspanningen zoals traplopen, fietsen of sporten. Het is belangrijk dat u tijdens het onderzoek zoveel mogelijk de dingen doet zoals u die gewend bent om te doen.

Na het onderzoek
De volgende dag - dus minimaal 24 uur na het begin van de registratie - brengt u de recorder terug naar de hartfunctieafdeling. Aan de hand van het ECG en uw dagboek wordt bekeken hoe uw hart reageert op bepaalde inspanningen, medicijnen of gebeurtenissen.

 

Elektrocardiogram (ECG)

Een elektrocardiogram of ECG (in Nederlands vaak hartfilmpje genaamd) is een registratie van de elektrische activiteit van de hartspier. Een spiercel trekt samen onder invloed van natrium-, kalium- en calciumionen die door de celmembraan heen en weer worden getransporteerd. Het ladingstransport en de elektrische activiteit gaan vooraf aan de mechanische activiteit.

Hartfilmpje (ECG)

Het aan buitenkant van het lichaam afgeleide ECG is een registratie van de resulterende som van al die afzonderlijke potentialen van alle hartspiercellen samen in de tijd. De gemeten elektrische spanning is in de orde van grootte van 1 millivolt; er is dus gevoelige apparatuur nodig; ook moet de patiënt goed stilliggen om de meting niet door de activiteit van andere spieren te storen.

Uit een ECG is ongelooflijk veel informatie te krijgen over de werking van de hartspier, met name bij ritmestoornissen. Over de pompwerking van het hart geeft het echter alleen op indirecte wijze informatie. Bij zuurstoftekort van de hartspier zijn ook karakteristieke afwijkingen zichtbaar.

 

Echocardiografie

Doel van het onderzoek
Met behulp van hoogfrequente geluidsgolven, die onschadelijk zijn, wordt de beweging en de functie van de hartspier en hartkleppen zichtbaar gemaakt. Ook kan de afmeting van de verschillende hartholtes worden bepaald. Door het onderzoek uit te breiden met de Doppler-methode is het mogelijk de richting en stroming van het bloed in het hart en over de hartkleppen te beoordelen. Op eenvoudige wijze wordt zo veel informatie over de functie van het hart verkregen.

Echocardiografie

Uw medewerking aan het onderzoek.
Er zijn voor dit onderzoek geen speciale voorbereidingen nodig. Tijdens het onderzoek ligt u met het bovenlichaam ontbloot in linker zijligging op een onderzoeksbank. Er wordt een gel op de borst aangebracht en een soort microfoon (transducer) tegen de borst gehouden. Door deze transducer op verschillende plaatsen op de borst te houden, worden verschillende opnames van de delen van het hart op een beeldscherm zichtbaar gemaakt. Het beeld wordt opgenomen om na het onderzoek nader te worden beoordeeld.

Het onderzoek duurt tussen de 15 en 30 minuten.

 

Pacemaker, ICD en CRT doormeting

Pacemaker doormeting

Na de implantatie van de pacemaker moet u regelmatig voor controle terugkomen. Dit onderzoek verschaft informatie over de werking van uw pacemaker die reeds geïmplanteerd is.
 
Onze laborant controleert de werking van de pacemaker met behulp van een computer. Door de huid heen kan met speciale zendapparatuur (de programmer) de werking van de pacemaker worden gecontroleerd of worden gewijzigd. De eerste controle vindt zo’n 7 à 14 dagen na de operatie plaats. Zo’n 2 a 3 maanden na de operatie vind een tweede controle plaats. Na het eerste jaar hoeft u doorgaans niet vaker dan twee maal per jaar voor controle te komen.

Binnen Instituut Renata beschikken wij over de apparatuur om niet alleen pacemakers, maar ook ICD's en CRT devices (hartfalen pacemakers) te implanteren.

Instituut Renata heeft apparatuur van drie grote merken (Biotronik, Guidant en Medtronic) waarmee naast de reguliere follow-up en trouble shooting ook implantaties begeleidt kunnen worden. Onze Hartfunctie en Pacemaker technicus is NASPE gecertificeerd.

Biotronik, Guidant en Medtronic

 

Vasalvaproef

Door verhoging van de druk in de borstkas, wordt de pompfunctie van het hart bepaald.

Aantonen van vroege decompensatie cordis.

Orthostatische proef

Orthostatische hypotensie is een plotselinge bloeddrukdaling van meer dan 20/10 mm Hg die optreedt bij plotseling opstaan. Symptomen zijn duizeligheid, licht-in-het-hoofd worden, hoofdpijn, (sterk) verminderd zicht, en flauwvallen.

Orthostatische hypotensie komt veel voor, vooral bij jonge slanke mensen tussen 15 en 20 jaar en is meestal onschuldig. Het beste advies is om bij de overgang van liggen naar zitten of van zitten naar staan dit niet te snel te doen maar even aan de nieuwe houding te wennen. Het gaat met het vorderen van de leeftijd meestal over. Bij ouderen kan het een teken zijn van overdosering van bloeddrukmedicatie. Het is theoretisch mogelijk bloeddrukverhogende medicijnen te geven bij invaliderende OH maar dit is uitermate zeldzaam.

HV provocatietest

Spirometrie

Een spirometrie is een medisch onderzoek dat de functie van de longen meet. Voor het uitvoeren van een spirometrie wordt gebruikgemaakt van een spirometer.

Er bestaan verschillende spirometrie testen. De meest gebruikte is de geforceerde vitale capaciteit (FVC - Forced Vital Capacity). Bij deze test ademt de patiënt volledig in en blaast hij alle lucht zo snel en krachtig mogelijk uit in de spirometer. Het is een zeer belangrijke test voor het opsporen van ademhalingsziekten zoals astma en COPD. De belangrijkste parameters van een spirometrie zijn de FEV1 dit is de éénseconde waarde (het uitgeblazen volume tijdens de eerste seconde van de test), de FEF25-75 (het gemiddelde debiet tussen 25 en 75% van de FVC) en de PEF (Peak Expiratory Flow - de hoogste flow van de test).

Spirometrie onderzoek

Wanneer de FEV1 wordt gedeeld door de vitale capaciteit (gemeten tijdens een aparte, niet geforceerde, meting) krijgt men de Tiffeneau index. De normale waarde voor deze index is ca. 0,75. Onder 0,70 is er sprake van een obstructieve longfunctie. Indien bij de bepaling van de Tiffeneau index geen gebruik gemaakt wordt van een apart gemeten vitale capaciteit, maar van de geforceerde vitale capaciteit, zal de index overschat worden aangezien bij de geforceerde metingen de vitale capaciteit lager uit valt door het collaberen van luchtwegen. De mate van obstructie wordt dan onderschat.

Allergietest

Doel
Met een huidtest willen we kijken voor welke stoffen u mogelijk allergisch bent. Inademen van stoffen waarop u allergisch reageert kan klachten van de luchtwegen veroorzaken.

Allergietest

De voorbereiding
Indien u medicijnen gebruikt is overleg met uw arts nodig. Het kan zijn dat u bepaalde medicijnen een aantal dagen voor het onderzoek niet in mag nemen. Verder zijn er geen speciale voorbereidin­gen. U hoeft niet nuchter te zijn.

Het onderzoek
De stoffen, waarop wij u onderzoeken, spuiten we in de huid met een dunne naald. U voelt een licht pijnlijke prik op het moment dat het naaldje in de huid gaat. Bij deze injecties is ook een onschadelijke zoutoplossing als controle, waar de meeste mensen niet op reageren. Verder gebruiken we ook een histamine-oplossing om de reacties op de allergische stoffen te vergelijken met een standaardreactie.

Na de injecties laten wij de allergische stoffen 10-20 minuten inwerken, waarna de grootte van de reactie wordt gemeten. Als een reactie op een bepaalde stof positief is, verschijnt er een bultje, alsof u door een mug gestoken bent. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.

Histamine drempel bepaling

Doel
Dit onderzoek is bedoeld om de verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen vast te stellen bij patiënten met een mogelijke allergische benauwdheid Hierbij wordt gebruikt gemaakt van histamine, een prikkelende maar onschadelijke stof.

Voorbereiding
U hoeft niet nuchter te zijn; dat wil zeggen dat u van te voren mag eten en drinken wat u wilt. Het is belangrijk dat u rustig en ontspannen aan het onderzoek begint. Voor het goed slagen van de test dient u van te voren te stoppen met het innemen van bepaalde medicijnen. De longarts of longfunctie-assistent(e) zal u vertellen om welke medicijnen het gaat.

Het onderzoek
U zit in een stoel en ademt via een mondstuk dat verbonden is met een meetapparaat. U krijgt een neusklem op om te voorkomen dat u door uw neus ademt. Bij het begin van de test zal de longfunctie-assistent(e) u vragen een paar keer diep in te ademen en zo krachtig mogelijk uit te ademen.
Daarna gaat u met tussenpozen verschillende waterige histamine-oplossingen inademen via een inhalator. Bij iedere oplossing wordt na een bepaalde tijd de longfunctie gemeten. Met de meetresultaten kunnen we vaststellen of astmatische klachten (hoesten en benauwdheid) kunnen worden opgewekt. Dreigt een benauwdheidsreactie te hevig te worden, dan wordt tijdig ingegrepen. U krijgt dan onmiddellijk een luchtwegverwijdend middel toegediend. Tegen het einde van het onderzoek krijgt u altijd een luchtwegverwijdend middel. Het onderzoek wordt beëindigd als de longfunctie weer helemaal normaal is. Het totale onderzoek kan een uur in beslag nemen.
Na het onderzoek kunt u lichte keelpijn of een prikkelhoest hebben. Het onderzoek is belastend vanwege het vele blazen, maar niet gevaarlijk.

Compliance

Doel
Dit onderzoek is bedoeld om de elasticiteit van uw longen te meten. Bij een aandoening als longemfyseem zijn de longen slap; bij andere aandoeningen zoals fibrose zijn de longen stug.

De voorbereiding
Gebruik gedurende de laatste twee uur voor het onderzoek geen zware maaltijd. Er zijn verder geen speciale voorbereidingen.

Het onderzoek
Tijdens dit onderzoek wordt de druk binnen in uw borstkas gemeten als u ademhaalt. Dit doen we met een dun slangetje. Aan het eind hiervan zit een ballonnetje dat tijdens het inbrengen en verwijderen leeg is. Tijdens het meten wordt de ballon opgeblazen.
Het inbrengen gaat als volgt: de longfunctie-assistent(e) schuift het tipje van de ballon in een van uw neusgaten. Daarna drinkt u een glas water. Terwijl u drinkt, schuift de assistent(e) het slangetje verder bij u naar binnen. U slikt het dus vanzelf door totdat het in uw slokdarm komt te liggen. Bij sommige mensen zal tijdens het inbrengen enige irritatie en prikkeling in neus en keel of een braak- of kokhalsneiging optreden..
Wanneer het ballonnetje op de juiste plaats is ingebracht, krijgt u een mondstuk in de mond en een neusklem om te voorkomen dat u door uw neus ademt. Op aanwijzing van de assistent(e) ademt u rustig in en uit. De apparatuur registreert de elasticiteit van de longen. Het onderzoek duurt ongeveer een uur.

 

Diffusie

Hier wordt het transport van zuurstof van de long naar het bloed bepaald. Er wordt aan u gevraagd om tijdens de normale ademhaling de longinhoud volledig uit te blazen. Daarna moet u zeer diep inademen en de adem 10 seconden stoppen. Daarna blaast u weer rustig alle lucht uit uw longen.

 

Residu bepaling

Residu bepalingResiduaal volume Met deze bepaling kan men de totale longcapaciteit berekenen. Er wordt aan u gevraagd om rustig te ademen. Dan moet u diep inademen en diep uitblazen en weer verder rustig ademen. Intussen voelt u dat de weerstand bij het ademen voor 1 tot 2 minuten of soms langer zal toenemen. Na enkele minuten zal u het mondstuk kunnen loslaten en is de test voorbij. Dit residuaal volume kan ook berekend worden via metingen in de bodybox.

 

Bodybox

Bodybox

Dit onderzoek meet de weerstand van de luchtwegen, dat wil zeggen hoeveel moeite het kost om adem te halen. Daarnaast wordt de longinhoud gemeten. De test vindt plaats in een gesloten ruimte, die lijkt op een telefooncel. Soms herhaalt de longfunctieassistent het onderzoek na toediening van een luchtwegverwijdend medicijn.

 

PPD (mantouxtest)

De mantouxtest is een test die meestal wordt gebruikt om een besmetting met tuberculosebacteriën vast te stellen. Vergelijkbare testen zijn de Von Pirquet (de "krasjes"), de Heaf test (tot voor kort de standaardtest in het Verenigd Koninkrijk) en de Tine. Bij deze methoden wordt tuberculine op een andere manier toegediend dan bij de methode die is ontwikkeld door de Fransman Charles Mantoux en Felix Mendel. De tuberculinehuidtest volgens de methode van Mantoux blijkt het betrouwbaarste te zijn.

PPD (mantoux)

De test is vergelijkbaar met een allergietest: een kleine hoeveelheid tuberculine (een niet-infectueus extract van de tuberculosebacillen) wordt in de huid ingespoten en na 3 tot 5 dagen wordt gecontroleerd of het lichaam hierop gereageerd heeft (er ontstaat dan een bultje). Deze reactie is het gevolg van een zogenaamde type IV-allergie. Tegenwoordig wordt meestal PPD-S gebruikt; PPD staat voor Purified Protein Derivative, de S verwijst naar dr. Florence Barbara Seibert die een methode heeft ontwikkeld om tuberculine te zuiveren. Het lichaam reageert alleen als het eerder in contact is geweest met de tuberculosebacterie of met bacteriën die erop lijken. Hoe heftiger de reactie van het lichaam, des te waarschijnlijker is het dat iemand besmet is met tuberculose.

Vroeger werden ook testen gedaan met "tuberculine" dat gemaakt werd uit andere mycobacteriën dan de tuberculosebacterie. In Nederland heette dat de HAS-test. Hierbij werd op de onderarm driemaal boven elkaar een mantoux gezet met tuberculine verkregen van verschillende mycobacteriën. HAS staat voor Humaan, Avium en Scrofulaceum. Omdat niet duidelijk was wat de uitslag van deze test zei, is hij in onbruik geraakt. Mycobacterium avium en M. scrofulaceum zijn atypische mycobacteriën.

Je kunt door de mantouxtest geen tuberculose krijgen, de tuberculosebacil zelf wordt niet ingespoten. Als je eerder tuberculose hebt gehad en hiervoor bent behandeld of het is vanzelf genezen dan kan de mantouxtest niet gebruikt worden om vast te stellen of er nu (weer) sprake is van besmetting met tuberculose, het immuunsysteem is er dan al op ingesteld om te reageren tegen tuberculine, ook als er geen (levende) tuberculosebacillen aanwezig zijn (fout-positieve reactie). Onder voorwaarden is na een eerdere BCG-vaccinatie met behulp van de mantouxtest met vrij grote zekerheid vast te stellen of iemand besmet is met tuberculosebacteriën. Iemand die een positieve mantouxreactie heeft, kan best zonder het ooit gemerkt te hebben een primaire tuberculose hebben doorgemaakt en hier spontaan van genezen zijn; dit was 100 jaar geleden eerder regel dan uitzondering. Daarom wordt bij mensen geboren voor 1 januari 1945 niet meer standaard een mantouxtest gezet. Deze zal immers vaak al positief zijn door een besmetting in de kinderjaren.

Als je immuunsysteem niet goed werkt, kan de mantouxtest minder betrouwbaar zijn. Het kan dan zijn dat het lichaam niet reageert op het aanwezige tuberculine, omdat de cellen die moeten reageren niet goed werken, terwijl je mogelijk wel besmet bent met tuberculose (fout-negatieve reactie). Ook kan de mantouxtest negatief zijn als je lijdt aan tuberculose. Dat is dan een fout-negatieve uitslag. Bij pleuritis tuberculosa is de mantoux bij circa 40% van de patiënten negatief. De mantouxtest is daarom alleen een hulpmiddel bij de diagnose van tuberculose en tuberculosebesmettingen.

 

Peakflowmeter

De peakflowmeter is een apparaat waarmee je de maximale volumestroom per seconde tijdens een geforceerde uitademing kan meten.

 

Slokdarm echo (TEE)

Dit is een onderzoek waarbij er via uw slokdarm naar uw hart gekeken wordt. Net zoals bij een maagonderzoek wordt hiervoor een echoscoop ingebracht. Het onderzoek is noodzakelijk om meer informatie over uw hart te verkrijgen, met name over die gedeelten van het hart die met een gewone echo niet goed zichtbaar zijn. De cardioloog zal samen met de echolaborante het onderzoek uitvoeren.

Het onderzoek gaat als volgt in zijn werk :

U wordt verzocht uw bovenlichaam te ontbloten. De cardioloog zal voorafgaand aan het onderzoek uw keel verdoven met een spray. Dit smaakt enigszins bitter en u zult hierdoor een dik gevoel in de keel krijgen. Om nu te voorkomen dat u op de echoscoop kunt bijten, zal er een bijtring tussen uw tanden worden geplaatst. Mensen met een gebitsprothese worden verzocht deze voor de duur van het onderzoek te verwijderen. Vervolgens wordt de scoop door de cardioloog ingebracht. U kunt hem daarbij helpen door te slikken wanneer u dat wordt gevraagd.

Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten.

Belangrijk is te weten dat u zelf ook voorbereidingen treft : 4 uur van tevoren mag u niet roken, drinken en eten. Indien u in het verleden slikklachten heeft gehad of indien een dergelijk onderzoek problemen bij opleverde, aarzelt u dan niet dit voor het onderzoek aan de dokter mee te delen.

Na het onderzoek mag u gedurende een uur niets eten en drinken. Ook kan de dokter u vragen nog even in de wachtkamer te blijven voordat u naar huis mag.

 

Bronchoscopie

Wat is een bronchoscopie
Een bronchoscopie is ‘kijken in de luchtwegen’, met behulp van een dun flexibel slangetje (bronchoscoop) waar verlichting, lenzen en spiegels in zijn gemaakt

Waarom krijg ik dit onderzoek?
Als u dit onderzoek krijgt, heeft de arts vaak al bij u een ander onderzoek verricht en geconstateerd dat er misschien een afwijking zit in uw longen. Hij/zij weet alleen nog niet wat het precies is. Op een foto of scan is dat namelijk niet te zien. Daarom vindt er een bronchoscopie plaats. De arts kan hierbij in de luchtwegen kijken en hieruit stukjes weefsel en slijm halen om te onderzoeken wat er aan de hand is. Dit onderzoek kan helpen vaststellen of er sprake is van longkanker of van een andere longaandoening. Tevens kan dan bekeken worden waar de afwijking precies zit, hoe groot de afwijking is, en hoe die er uitziet. Microscopisch onderzoek van de verkregen weefselstukjes kan uiteindelijk aangeven welke soort longkanker het is, bijvoorbeeld kleincellige of niet-kleincellige longkanker.

BronschoscopieHoe gaat dit onderzoek?
De arts verdooft de mond (of neus) en keelholte met een spray, en druppelt vloeistof in de luchtwegen om deze te verdoven. Op medische indicatie kan soms besloten worden mensen onder volledige narcose te brengen voor dit onderzoek.
De arts brengt de bronchoscoop, van enkele mm dikte, heel voorzichtig via de mond of neus in de luchtwegen. De luchtwegen worden niet afgesloten, dus u kunt gewoon blijven doorademen. De arts kan door de bronchoscoop in uw longen kijken, al dan niet met behulp van video-apparatuur Met de bronchoscoop kan er slijm worden afgezogen of weefselstukjes worden verwijderd voor verder onderzoek.

Dit onderzoek is er op gericht om na te gaan of u kanker heeft, en welke soort kanker. Tevens kan dan bekeken worden waar de afwijking precies zit, hoe groot de afwijking is, en hoe die er uitziet.

Is het vervelend?
Bronchoscopie doet geen pijn. Tijdens de bronchoscopie kunt u last hebben van hoesten. Als dat het geval is kan de arts extra verdoving via de bronchoscoop in de luchtwegen spuiten om de hoestprikkel te dempen. Tijdens het onderzoek wordt het zuurstofgehalte in het bloed nauwkeurig gecontroleerd met een saturatiemeter (een knijpertje op uw vinger.) Als het zuurstofgehalte te laag is, krijgt u extra zuurstof via de neus toegediend.

Moet ik me voorbereiden?
Voor het onderzoek mag u enkele uren niet eten of drinken.

Wat gebeurt er na het onderzoek?
Over het algemeen kunt u korte tijd na het onderzoek het ziekenhuis weer verlaten. Als er medische redenen zijn om u enige tijd te observeren kan het verblijf in het ziekenhuis enkele uren zijn. U mag na het onderzoek niet meteen drinken, omdat u zich door de verdoving zou kunnen verslikken.
Het kan zijn dat u achteraf wat last heeft van een ruwe keel. Ook kan het slikken een tijdje wat moeilijker gaan. Dit gaat vanzelf weer over.

Wanneer en hoe krijg ik de uitslag?
Tijdens het onderzoek wordt materiaal uit uw longen gehaald. Dat wordt onderzocht onder de microscoop of op kweek gezet. Gemiddeld duurt het een week voordat u in een gesprek te horen krijgt wat de uitslag is.